is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Kijk, zei hij, het wil nog wel eens zijn, dat een drankje niet onmiddellijk helpt, een goed geneesheer gaat dan over tot poeders. Uw kindje is büjkbaar op poeders ingesteld. Dit poeder is een nieuwe, onfeilbare uitvinding. Als ge nu thuis komt, dan doet ge een poeder in een scheutje lauw water dat gekookt heeft en ge laat dat uw kindje drinken. Wees nu maar kalm. Ge zult zien, morgen is uw kindje beter.

— Maar mijnheer den dokter, zoude ge nou toch niet 'es zélf naar het kiendje komen kijken? Ons vrouw zit ook al zoo te klagen!

— Man, ik verzeker u, dat het niet noodig is, ge zult zien, één poeder al kalmeert uw kindje, en morgen is het weer beter.

Nardje de Wit was nu eenmaal zoo, hij liet zich voor den tweeden keer ompraten en ging naar huis met zijn onfeilbare poeders.

Maar wat gebeurde er nu. Midden in den nacht, toen dokter de Pater al lang te bed lag, toen werd er voor geweld aan de nachtbei getrokken. Dokter de Pater kwam er voor zijn bed uit en schoof een raam in den voorgevel open. Toen riep hij naar beneden in de duisternis, wie daar was.

Wie daar was? Daar was Nardje de Wit, de veerman. Hij hoefde zijnen naam niet te zeggen, dokter de Pater kon meteen aan het klagen en kermen al hooren wie daar was.

— Och, mijnheer den dokter, nou kande ge wezen-