is toegevoegd aan uw favorieten.

Dorp aan de rivier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat gebeurde er toen. Cis den Doove, in het schemerig licht boven de diepte van den beerput zat gemarteld en met pijn in den rug en in zijn lenden op den balk. Hij was er al eenen keer uitgekropen en komen luisteren, toen had hij gemerkt, dat ze er nog waren en dat ze zaten te kaarten. Hij was weer in zijn schuilplaats teruggekropen. Hij zat het te bedenken, hoe ze misschien toch nu wel eindelijk weg zouden zijn, en hoe het goed was afgeloopen, dat ze hem niet zouden hebben gevonden, maar nu merkte hij wat. Nu zag hij wat. Het deksel werd van den bril teruggeschoven. Toen zag Cis den Doove wat anders, een nadering boven zijn hoofd, het was duidelijk. Het ging zijn krachten te boven. En hij schreeuwde wat hij schreeuwen kon:

— Halt! Ho! Ik geef me over.

En de wachtmeester vlóóg op, bij deze stem uit de verborgen diepte.

Later heeft Cis den Doove er van verteld, toen deze zaak voorkwam voor den kantonrechter in s-Hertogenbosch. Cis had een geweldige belangstelling, het heel dorp was weer uitgeloopen, het was er nog drukker dan toen bij dokter Rits voor de rechtbank. De menschen zaten broeierig en warm op de tribune bijeen. De deurwaarder, met zijn schoon oranje lint boven het zwart van zijn jacquet, stond dat rumoer aan te zien. De kantonrechter, de oogen