is toegevoegd aan uw favorieten.

Moeder ik sterf

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij heeft nog genoeg kracht om vol te houden, en hij weet veel!"

Tien minuten lang leefde Visiri in 't verleden, in de herinnering van den oude, in de glorie van zijn stam. Dat was groot en mooi voor zijn gedachten.

Maar Monsen onderbrak hem. 't Was niet goed voor een negervorst om te krachtig in 't verleden te leven. „En uw jonge menschen?"

Visiri keek hem aan.

„Die zijn meer onafhankelijk!" — zuchtte hij. „Ze weten nog zoo weinig meer, maar onze gebruiken moeten ze naleven. Dat wil ik. De jongeren!..."

Hij zat even in gedachten, en klaagde:

„Een van mijn kinderen woont in de mijnstreek, en hij wil niet terugkomen!"

Dat was een kleine tragedie.

't Was geen eigenlijk kind van Visiri. 't Was een nauwe bloedverwant, 'n Jongere generatie, geboren uit een zuster of verwekt door een broer. Maar ze heetten allen de kinderen van de geheele oudere generatie. Als vorst mocht Visiri al zijn onderdanen kinderen noemen. De jongen was heel jong naar een zendelingen-school gestuurd, en had daar lezen en schrijven geleerd. Enkele maanden had hij aan Visiri's hof zijn plaats ingenomen, en was toen naar de mijnstreek afgereisd, eerst om Visiri's onderdanen, die er werkten, te bezoeken; een tweede maal was hij weg gebleven.

Visiri klaagde: hij had hem teruggeroepen, hij had af-