is toegevoegd aan uw favorieten.

Moeder ik sterf

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aankomst het eten voor zijn meester klaar te hebben. Hij wilde zijn onmisbaarheid demonstreeren.

Als een pauw kwam hij aangewandeld. Rustig en bedaard, met z'n borst breed van hoogmoed en zijn hoofd verwaten in de lucht: zie, ik ben de boy; ik ben de zwarte meester over de karavaan. Zie hoe ik aankom, op mijn gemak; de blanke wacht op mij; ik maak zijn eten klaar. Dat kan ik; er is niemand in 't dorp, die mij vervangen kan. Ik draag ook geen vracht, maar ik draag een staf.

Hij bleef staan, door allen aangegaapt, streek achtereenvolgens vier, vijf lucifers aan, liet ze even opvlammen, keek met hooge minachting 't wiegende vlammetje aan, liet 't sterven tot op z'n vingers en wierp 't verkoolde stokje weg. Luxe en verspilling.

Dat waren, naar zijn begrippen, de manieren van een man van stand, en van beruischend aanzien.

Schijnbaar achteloos vermeed hij zijn blanken meester, en zette zich neer, met z'n rug leunend tegen een negerhut.

't Was duidelijk. Hij speelde voor de dorpelingen. Hij

bood zich niet aan, maar wilde geroepen worden.

Enkele oogenblikken liet Monsen hem begaan, onder de

verbaasde blikken der zwarten. Was die lankmoedig! Hij

riep hem bij zich.

„Maak eten klaar!" — beval hij.

De boy keek hem met een brutalen blik aan.

„Ik heb geen hout, heer!" — zei hij.