is toegevoegd aan uw favorieten.

Moeder ik sterf

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXV

Willey werd niet van den post teruggeroepen. Waarschijnlijk was er een nieuwe campagne te wachten. Hij had vele werkcontracten opgemaakt; veel negers hadden zich, op bevel van de groepshoofden, somber en neerslachtig aangemeld, en waren aangeworven.

Gelaten onderwierpen zich allen aan de wet. De blanke bestuurder had gesproken. Hij had gezegd: „ik wil!". Op acht man na was het heele contingent van vijf honderd naar de mijnen afgezonden.

Willey vleide.

„Dat is gezag!"

Hij vertelde van het dorpshoofd Kasanga. Met vier en twintig man had hij zich aangemeld. Alle gezonde negers uit zijn dorp waren al afgezonden; hij kwam zich echter aanmelden met vier en twintig man, om zijn goeden wil te toonen.

Het was troosteloos in de steppen. Maar zelden ontmoette Monsen op zijn rondreis stoere, forsch gebouwde negers, buiten de dorpshoofden of de jonge edelen, die hun erfgoed niet in den steek konden laten. Overal werkten de vrouwen op de akkers, mistroostig en hunkerend. Het volk verwelkte.

De Werkbeurs was tevreden, en Monsen ontving een vleiend schrijven van het gouvernement.

Hij zond nieuwe tabellen in. Hij had geen man meer be-