is toegevoegd aan uw favorieten.

De biecht van een bezetene

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en liefde was en het is niet waar, dat ze niet van je hield, maar ze hield van je vader niet."

„Om U toch zeker, haar minnaar ..."

Oom Barend van zijn stuk gebracht aarzelde. Zijn imponeerende waardigheid smolt weg voor mijn treiterende oogen, hij herinnerde mij weer aan het toegeeflijke mannetje naast madame Tournaire.

, Ja, wij waren elkander verbonden door een oprechte durende liefde," sprak hij eindelijk doordacht en rustig.

„Was mijn vader geen liefde waard?"

Mijn woorden deden zichtbaar pijn; en dat was mijn

bedoeling ook.

„Stil toch, ik kan er zoo moeilijk over spreken, daar het mijn ziel en leven is en ook mijn schuld."

„Hoe kan liefde nu schuld zijn?"

„Dat heb ik mij ook wel eens afgevraagd."

„U durfde mij dus niet te vertellen, dat u de minnaar van mijn moeder was en waarom heeft mijn vader u niet neergeschoten, u het allereerst? Waarom leeft u nog? Wat doet u nog hier?"

„Jongen!"

Oom Barend was opgesprongen, toorn rimpelde zijn voorhoofd, trok de wenkbrauwen in één lang dreigend front, zijn oogen stonden strak in de mijne, maar ik tartte zijn blik hooghartig. Hij bedacht zich en terwijl zijn gezicht ontspande en de gewone zachte melancholie in zijn oogen beefde, sprak hij beheerscht:

„Het is misschien recht, dat je mij rekenschap vraagt. Ga zitten, vraag alles en ik zal antwoorden."

Hij wees mij een laag stoeltje, ik aarzelde, zette mij toch en wist mij meteen onttroond. Hij zat boven mij, kalm en zeker en in zijn toon was een beheerschte ontroering. Als ik nog zweeg, begon hij zelf:

„Ik had je moeder lief. Er was niets in de wereld,