is toegevoegd aan uw favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Avond aan avond was Helmer bij hem geweest en had hem verveeld met zijn dwaas dweperige confidenties. De vrouwen in kwestie, zijn huishoudster en mevrouw Verbreug, hadden natuurlijk direct door, waar Helmer aan leed. En de een deed niets anders dan kijven, waar Helmer met pootige en grove taal tegenin ging, zich zelfs niet ontziend haar te slaan, terwijl de ander het een prachtige gelegenheid vond een interessant en gewaagd spelletje te spelen. Totdat Verbreug er achter kwam. Toen lag Helmer er uit.

Een paar weken had hij bij Fetter gewoond en had den verongelijkte gespeeld, zich er over beklagend, dat de goden nu ook aldjd tegen hem waren. Gebruik makende van zijn overtuiging, die voortkwam uit zijn normale mannetjesijdelheid, dat mevrouw Verbreug idolaat van hem was, maar door dien bruut van een vent van haar gedwongen was van het voor haar ware geluk af te zien, had Fetter hem weer op de been gebracht. Misschien niet zoo zeer om Helmer te helpen als wel om den man kwijt te raken, die, ingesloten door en zich koesterend in zijn zelfmedelijden, elke poging tot het scheppen van een prettige stemming in huis moedwillig bedierf Hij had hem de gedachte bijgebracht, dat hij zijn geliefde beslist voor zich zou kunnen winnen, als hij maar door middel van een mooie carrière aantoonde welk een flinke kerel hij wel was. Deze streeling van zijn ijdelheid deed zooveel goed; het beeld van den geslaagden man, die slechts zijn armen had uit te strekken om er de vrouw, die hem aanbad, ondanks alles in te doen vliegen, vervulde hem tenslotte zoo volkomen, dat hij er vol moed en hoop op uittrok om te gaan solliciteeren. En vrijwel direct met succes. Hij kreeg een betrekking als boekhouder op het hoofdkantoor van een groot cultuurlichaam, met het vooruitzicht het binnenkort tot secretaris te zullen brengen.

Toen kreeg de hoofdbaasche een nieuwe kinderjuffrouw: een schat van een kind. Indisch meisje, bijna blank. De liefde was wederzijdsch. Zij fel en hartstochtehjk verliefd op de blanke huid en hij op het slanke figuurtje. En het werd zoowaar een huwelijk. Later een hel.

Tegen alle beweringen van Helmer in, had Fetter nooit