is toegevoegd aan uw favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenvoudig geval zoo in de war is. Maar ja, tegen jelui verstand kan hij natuurlijk ook niet op."

Zij keken hem beleefd aan met het superieure glimlachje van den alwetenden en onaantastbaren ambtenaar.

„Mag ik de heeren desondanks uitnoodigen mee te gaan naar de plek des onheils? Ik ben er zelf nog niet geweest, maar heb er twee menschen ter bewaking bij gezet."

Dat vonden zij heelemaal niet noodig en daarbij, het was zoo ver loopen en zij hadden geen tijd meer.

Om zijn opkomende drift te verbergen, modeleerde Fetter heel langzaam een sigaret onder de geduldig toegevende blikken van zijn toeschouwers.

„Goed," zei hij. „Wij zullen dan even een verklaring opmaken inzake het feit, dat de heeren een onderzoek ter plaatse van den aanval, ondanks mijn uitnoodiging daartoe, niet noodig achten. Die de heeren wel zullen willen onderteekenen dan."

Zij keken elkaar eens aan. De zekerheid van hun superieure ambtenaarshouding maakte plaats voor die van heel beleefde en onderdanige dienaren. Neen, zoo moest hij dat niet opvatten. Natuurlijk wilden zij wel naar die plek gaan kijken, als hij dat per se noodig achtte. Alleen, zij meenden, en hij moest hun dat toch vooral niet kwalijk nemen, dat dat onderzoek niet urgent was. Aan de verklaringen van drie menschen tegenover één viel immers toch niets te veranderen.

„Laten wij dan gaan," meende Fetter.

Hamid en Ah zaten er geduldig te wachten.

„Is hier nog iemand in de buurt geweest?" vroeg Fetter hun.

„Neen, niemand."

„Gaan jelui dan maar naar huis, want jelui zult wel honger en dorst hebben."

Zij zagen voor zich een groote plek, waar Betterman blijkbaar op zijn rug had gelegen, waar de grond plat was gedrukt. Naar het uiterlijk van die plek te oordeelen en naar de mate, waarin de grond in elkaar was getreden, moest de worsteling vrij lang geduurd hebben en van weerskanten de noodige krachtsinspanning hebben geëischt. Vlakbij lag Betterman's