is toegevoegd aan uw favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die ware gezagsdragers kunnen zijn. En voor de rest, dus voor het overgroote gedeelte, moet zij het doen met menschen, die dikwijls heelemaal niet weten wat gezag is. Voor die menschen zou niemand eenigen eerbied kunnen hebben en zij zouden dus ook geen regeeringsarbeid kunnen verrichten, als zij geen respect zouden kunnen afdwingen. Daarom moeten zij in meer of mindere mate machtsdragers zijn. Van welke macht zij natuurlijk misbruik zouden maken. Vandaar, dat zij, in den loop der tijden, steeds meer omringd werden door reglementen met de bedoeling dat machtsmisbruik tot de kleinst mogelijke proporties terug te brengen.

Dit systeem voldoet goed en kan dat ook doen, omdat de ambtenaar in het algemeen met menschen in aanraking komt van eenderen aanleg; die dus begrijpen en daarom aanvaarden, zij het natuurlijk ook onder protest, dat zoo'n ambtenaar een hooge borst opzet, omdat zij het zelf in zijn plaats ook zouden doen. Gaat men critisch letten op het menschje in zoo'n ambtenaar, ja, dan maakt het den indruk van een klein ijdel kereltje, dat met een groot zwaard paradeert. En dat kan natuurlijk wel eens hinderlijk zijn. Maar in wezen hebben wij met het zwaard alleen te maken, dat vrijwel geheel automatisch werkt, terwijl dat menschje, hoe hij ook zijn best doet het anders voor te stellen, niets anders is dan de drager, dien het zwaard noodig heeft om zich te kunnen verplaatsen en zijn werk te doen.

Waarmee wij op het punt zijn beland, waar u tot nu toe foutief heeft gehandeld. U heeft telkens en telkens weer misbruik gemaakt van de zwakheden van den drager om het zwaard daarvoor te gebruiken, waarvoor u het in het belang van uw ondernemingen noodig had. Waarvoor het niet is: omdat het alleen algemeen belang mag dienen. En de beoordeeling van de soort van het betreffende belang ligt, natuurlijk, uitsluitend bij het bestuur."

„Voor een ambtenaar een wel zeer merkwaardige redeneering, mijnheer Kraus. Zouden wij de passage over het menschje in den ambtenaar maar niet schrappen uit de notulen? En er, waar het er toch om gaat mijn zondig hoofd te treffen, een andere, desnoods scherpere, redactie voor nemen?"

13