is toegevoegd aan je favorieten.

De brug

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vragen en het toestaan der concessies, waaraan Fetter nu al een paar jaar gewerkt had. Dit had tot gevolg, dat de eerst in aanmerking komende aanvragen, mochten het dan al aanvragen zijn, die door de verafgelegen terreinen pas het laatst in exploitatie genomen konden worden, dadelijk waren behandeld. Zoodat de gronden zoo gauw mogelijk moesten worden afgeloopen door een bestuursambtenaar ter controle van eventueele bevolkingsbezwaren.

„Dan maar dadelijk," had Fetter gezegd. „Laten wij het ijzer smeden, als het heet is." En zoo was hij dan met Dillard, den aspirant-controleur, en een paar bevolkingshoofden benevens een troep dragers het bosch ingetrokken.

„Dit is ook een vorm van vacantie," had hij lachend geantwoord op de protesten van den dokter en diens dictator. Maar een prettige vacantie was het toch niet. In het begin hadden zij dag-in dag-uit regen. Wel niet hard, zelfs meestal heel zacht, maar toch genoeg om den grond glibberig te maken, zoodat het een heele toer was een steden heuvel op of af te komen zonder telkens weer terug te glijden of met versnelde vaart omlaag te glibberen; voldoende om het den heelen dag door kil en nat te doen zijn en zooveel mist tusschen de druipende boomen en struiken te brengen, dat er een mistroostigheid ontstond, waarin elke lach verstierf als een wanklank.

Soms voerde hun weg recht toe recht aan langs een door het hooge en dichte woud gekapte spleet, door steile ravijnen, waar het een waagstuk was naar beneden te klauteren en een kunststuk, dat hooge eischen stelde aan hart en longen, om aan den anderen kant weer naar boven te komen; door moeras, waarin zij soms beangstigend diep omlaag werden gezogen, of over stukken vlakken grond, waar het loopen een uitrusten was van de uitputtende inspanningen daarvoor. Dan weer ging het langs de bedding van kleine riviertjes over losse en met aalglad mos begroeide steenen, door het water en door zand, dat overal indrong. Of zij zaten uren en uren lang met gekruiste beenen in kleine prauwtjes, uitgeholde boomstammen, waar door de daar wonende menschen afstanden gemeten werden met den duur van hun strootjes. Dan zagen zij uur na uur