is toegevoegd aan uw favorieten.

Blank om zes

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik kreeg de indruk, dat hij meer doorziet van de situatie dan de anderen," zei meneer Vignol.

Thora knikte. Ze vond het echter beter om maar geen gewag te maken van hun onvoorzichtig gebabbel voor het open benedenraam, terwijl Jaap vlak daarboven haar kon beluisteren.

„Ja, het is soms net of hij toespelingen maakt," zei ze alleen.

„Toch een beetje met hem oppassen!" zei meneer Vignol vermanend.

„O ja, hebben Meedie en ik ook al tegen elkaar gezegd," antwoordde Thora en dan, terwijl ze ineens lachend heur hoofdje schudde: „Als mijn goeie grootvader eens beseft had in welke rare verwikkelingen hij ons zou brengen, gelooft U dan dat hij zijn testament zoo gelaten zou hebben?"

„Kind," zei meneer Vignol, „het is altijd heel moeilijk om te zeggen wat er wél gebeurd zou zijn als er iets niet gebeurd was, dat wèl gebeurde! En we komen er wel door. Wie weet waar het nog goed voor is!"

XIV.

Terwijl in dat zonnige ontbijtkamertje in den linkervleugel van de Doornenburg het critisch welbehagen der twee jonge meisjes zich zoo onmeedoogend uitleefde, zaten de lijdende voorwerpen dier critiek, volkomen onbewust en zonder dat hun ooren jeukten — want dat, zoo zegt men, doen ze, indien er ergens kwaad over U wordt gesproken! — in de docentenkamer in den rechtervleugel van het huis, eveneens te ontbijten en de stemming was er na den tevreden avond en den wel doorslapen nacht uiterst opgewekt, bij het luidruchtige af.

Alleen Jaap was stil, doch hij lachte tactvol mee om de