is toegevoegd aan uw favorieten.

Tooverlantaarn

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aandeinen der geurgolven, het treintje aangereden. En het ijverig bellen, waardoor het van zijn komst doet weten, klinkt als een wat onbeholpen ceremonieel over de zomeravondlanden.

En dan is Floortje Désire uitgestapt en staat op het perron en onmiddellijk golft de lindengeur over haar heen... onmiddellijk staat ze in een deining, zwoel en zoet, van geurende golven, die haar bijna doet wankelen. En zoo als ze daar nu staat in haar lichtgroen jurkje van soepele stof, dat in plooien laag neervalt tot bijna op haar witte schoentjes... zoo als ze daar nu staat met haar hevige, zoete gezichtje die aangolvende zoetheid toegewend... zoo zou men kunnen denken, dat ze een wezentje was uit deze zoetheid zelve geboren, een materialisatie van lindengeur. Of men zou kunnen denken, dat zij het was van wie de zoetheid uitstroomde... de bedwelmende toover, die macht had over stad en menschen.

Zij denkt aan zulke dingen zelve in de verste verte niet. Ze ademt de zoetheid in en sterk komt weer over haar het verlangen naar een werkelijkheid... een hevigheid tot hiertoe onbekend. Als allen in wie het leven sterk is, kent ze ook, plotseling en intens, het verlangen naar den dood. Soms kan het zijn, dat het leven in haar opstuwt... de begeerte naar veel en altijd meer... zoo smartelijk hevig... dat alleen een algeheele vernietiging... een opgaan in... een sterven... verlossing schijnt te kunnen brengen. Alleen dat eene kan genoeg zijn... bevredigend... aan dezen lust tot leven te vergaan.

Zoo voelt ze het ook nu, terwijl ze zachtjes in den zomeravond door de lindenlaan gaat, vol van een zoetheid,