is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijke realiteit geworden. Nu kan hij er elke avond naar kijken, als hij niet al te laat thuiskomt! Maar hij komt wel laat thuis, zoo vaak het mogelijk is en het is vaak mogelijk — want hij wil het, hij legt het er op toe. „De Lente?", denkt hij nu, „wéeë kaffer." En hij doet zijn best om Kaatin niet te zien. Maar de onderzoekende blik van Wedzieg treft hem toch ook onpleizierig en Look's tersluiksche aandacht staat hem nog minder aan. Look vermagert sterk de laatste tijd, meer dan ooit te voren valt zijn breede ronde apen-kaak op en de ontstoken randen om zijn oogen worden rooder — een leelijk mannetje, een miezerig mannetje . . . „Die zou er in zijn nieuwe geluksstaat stralend moeten uitzien", denkt Taco, „er klopt iets niet." Look groet hem toch wel erg vriendelijk, uitermate vriendelijk en hij houdt zijn stap al wat in. Nee, Taco wil liever niets met hem te maken hebben, hij knikt, hij slaat een zij-straat in. „Die werkten aan de eerste brug", zegt Crijna in zijn gedachten, „Look en Wedzieg." Hij glimlacht — hij tobt.

Maar op een andere dag, dan is de December-markt op dat kleine glanzende Oelerplein toch zoo fleurig: er is hulst, vochtig en frisch, er zijn al een paar denneboompjes, er is gaaf winter-fruit, hard-rood, hardgroen . . . En het ruikt daar weer zoo goed. Taco haalt diep adem, diep en een beetje stootend. Deze reuk doet hem altijd denken aan een boomgaard te Motz en aan de gesnoeide wingerd en de diepe moestuin achter Vader's werkplaats te Itsenga. „Met de Kerstdagen", neemt hij zich plotseling voor, „moet ik toch maar 's naar Moeder toe." Hij ziet haar al in de hooge keukenkamer van het nette dameshofje op het Spinstuk te