is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schamen." Hij voelt haar lippen nog op zijn lippen — innig en ijskoud is die zoen, ze ligt met haar hoofd op zijn schouder en rilt. En alles is dan ineens ook weer weg, als met éen beweging is alles weggevaagd. En dan zit hij als een kleine jongen op een hooge stoep, naast zijn broertje Tjark. En Tjark met zijn stille oogen en zijn glad goudblond haar is nooit weg geweest, zijn kindergedachten zoeken naar iets, nee, is Tjark dan weggeweest? Hij zit daar ... Ze hebben brood gegeten — toen zijn ze naar de hooge stoep gegaan. En Tjark kijkt op hem neer, zoo als een heel groote broer op een heel klein broertje neerkijkt. En hij zegt: „Het „Onze Vader" dat moet je toch kennen, Taco. Dat heeft onz' lieve Heer zelf gezegd. Ken jij het „Onze Vader" wel, Taco?, begin 's jong'?" Gedwee probeert hij het. „Onze Vader, die in de hemelen zijt, Uw koninkrijk kome, Uw wil geschiede — Uw wil geschiede ..." Verder weet hij het niet, hij spant er zich nog op in — nee verder weet hij het niet. En dan is dat ook weg. En alles wordt koel en licht en ruim. En hij weet dat hij ergens heen gaat waar het goed is. Hij kan glimlachen. Hij slaapt.