is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeggen: „Nu regent het toch." Hij zucht zwaar. „Och, maar dat weet je niet ... , hij moet heen en weer loopen, moet uitkijken vlakbij het raam. „Ze zou naar me toe kunnen komen, net als vroeger, nou ja, goed, een beetje anders — heelemaal anders, maar in elk geval, ze zou kunnen komen." Hij wacht er op! Hij ziet nu ineens weer hoe Anne-Cris vroeger de hoek omsloeg, daar op het Koningin-Sophia-plein, de handen in de zakken van haar mantel, een bos marktbloemen onder haar arm: leeuwenbekjes, de eerste rozen, fluweelige rood-bruine violetten, dubbele tulpen, hyacinten bij voorkeur bloemen met frissche glanzende kleuren en die sterk geurden. Dwars door de heldere lentezon heen, de zachte zomerregen, de hevige najaarswind, glimlachte ze tegen hem, al uit de verte glimlachte ze. Bij de deur keek ze al uit naar een kan of een lange vaas. „Heb je wat voor dit geval?" Ze zat op een punt van de schrijftafel, keek naar hem, en zei — al wat haar inviel. Maar het was best. Ineens, diep in het kantoor, bij de achterwand moest hij haar zoenen. „Daar kwam ik voor, Taco." Hij wil dat ook weer vergeten: het schrijnt zoo. „Nou ja, dat tijdperk zijn we te boven. Toen waren de kinderen er nog niet eens. Maar wat kun je redelijkerwijs verwachten dat Anne-Cris doen zal? Hij denkt er over na. „Toch zeker wel een gesprek vanavond, als de jongens te bed zijn?" Hij bijt in zijn lip en glimlacht toch nog half. Hij ziet het groote roode vuur achter de haarddeur, ziet de dicht bijeengeschoven crapauds, het zachte lamplicht, de schaduwen aan de wand . . . Het is toch ook of er een scherp snoer om zijn hart gedaan is en of iemand hard aan dat snoer trekt. „Als je dan