is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoe verstaat dat een jongen van het land? Ze hadden haar met rust moeten laten, dat ware eerbaarder geweest en dat zal ieder willen erkennen, maar de meid had de ergste schuld, zij had de eerste aanleiding gegeven.

En omdat er wat opgeschoten jongens achter haar rokjes hadden gedraafd — nou, dat overkomt toch iedere meid op haar beurt — was ze schichtig geworden en dierf ze den huis bekant niet meer uit. Ze trok toen van juffrouw Heycoop schielijk naar de school en van school naar d'r kosthuis en verder kwam ze nooit. Maar dat moet voor een jong, lustig ding geen aangenaam leven zijn geweest. En zeker niet, omdat het omtrent najaar was geworden. Want toen begon de naailes na schooltijd weer en moest ze 's avonds in donker den dijk over. Als een haas, menschen, als een bezetene trok ze in die Octobermaand naar haar kosthuis. Maar dat benauwde leven is haar op zekeren avond, krek toen iedereen meende, dat ze eindelijk wat begon te wennen, toch te bar geworden. Ze stuurde een boodschap naar Johan Pavoordt: kom schielijk met de koets — een brief naar den bovenmeester, zooveel als ten afscheid en ze was 'm gevlogen. In dien brief heette het: meneer, het is me hier te eenzaam, ik zou hier gek worden. —

Nou, het eerste was gelogen, het tweede kan waar geweest zijn. Niet vanwege de eenzaamheid is ze als een dievin gevlucht in den nacht, want juist om de eenzaamheid te zoeken, was ze dezen zomer zoo dukkels op de kaai gaan liggen, achterover naar de lucht kijkende. En omdat het in haar omgeving toen natuurlijk niet eenzaam bleef, is ze schichtig geworden en gaan hollen. Weken lang heeft ze toen met uitpuilende oogen