is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Als het toch goed voor hem is ..."

Maar Maarten, daarnaar gevraagd, wier zoodanig bang en schuw, dat z'n asem stokte, 't Was hem, of hij daaraan denkend wegviel in een leegte, in een zwart gat. Weg van hier?! Yan moeders weg en van het kooihuis weg? 't Is uit dominees mond, maar hoe kan een mensch zóó iets vragen. Hij had wel willen schreeuwen, dat hij niet weg wilde van huis, dat hij z n heele leven achter in het land wou blijven, hier! hier! hier! Maar hij is zoo bar geschrokken, z'n keel zit dicht. „Ik zie het al," zegt dominee, „jij wil ook al niet graag. Moeilijk, heel moeilijk. Wat wou jij eigenlijk worden,

Maarten?"

„Weet ik niet, dominee."

„Nooit eens over nagedacht? Hoor dan eens, jongen. Moeder krijgt nu Gerhard tot hulp in de kooi, maar die jongen wil dat zelf óók graag. Twee jongens in de kooi ware wat veel heeft moeder gezegd, want daar zit voor twee later ook geen toekomst in. Wat wil je dan. Je moet toch het een of het ander gaan doen, jongen. Kan

je goed leeren?"

„Ik ben altijd zoo gauw moei."

„Dan zou ik in jouw plaats ook maar niet bij een

boer gaan dienen." ..... , 0„

„Nee, dominee. Kan ik geen orgelist bij je worden.

Organist? En Piet Yerbree dan? Zoo wil jij

organist worden. Heeft moeder een harmonium? Neen toch? En ken je al wat van de muziek?

„Nog niet, dominee."

„Zoo. Dus dat moet je dan allemaal nog gaan leeren. Hier in Benschop gaat dat niet al te best. En hier is