is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Malle jongen, dat zeg ik je niet."

„Zeg het me wel, toe Elly, want ik doe toch niets raars. Ik wil alleen zoo graag met jullie mee. Waarom lach je altijd Elly?"

„Omdat ik als jij weer zoo praat moet denken later word jij bakker en dan word je toch dik en deftig net als alle bakkers. En dan sta je in je winkel, netjes aangekleed, als een echte bakker .... en tegen mij heb je gezegd, dat je met ons mee wil trekken, dat je nog wel een act leeren wil. En nou heb ik je toch echt salto's zien maken ook al. Wat zal je dat later van jezelf gek vinden, Pieter."

„Nooit. Want ik ga mee met jullie."

„Waarom eigenlijk?" plaagde ze.

„Ik ga niet met jullie mee, ik ga met jou mee, Elly. Wij samen, versta je. Wij altijd samen!" En hij prangde het wollige ronde ding in zijn armen zóó krachtig, dat ze niet wegglippen kon, hoe lenig ze ook was.

Ach, wat moest ze daarom lachen. „Wat ben je toch een ontzettend dwaze jongen. Je kan met ons toch niet mee! Je moet dan toch je eigen kost kunnen verdienen op de kermissen."

„Ik zal nog meer leeren dan op mijn kop staan. En ik kan ook mooi zingen, wist jij dat, Elly?"

„Nee," proestte ze. „En wil jij soms op je kop gaan staan en dan zóó zingen? Dat is leuk. Dat was pas een nummer."

„Zou dat kunnen geleerd worden?" vroeg hij ernstig. „Want met jou ga ik trouwen, bakker word ik nooit. Nooit, versta je?!"