is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

informeerde, per toeval hoorde, dat Arend den reiziger van Hulshoff Tricotages ontvangen had en zelfs meegenomen naar hun kantoortje. Toen ze dat vernam, snauwde ze dat verbaasde meisje weg, sprong uit bed en kleedde zich in één rapte aan. Met haar handen nog aan de haarwrong, de laatste speld nog tusschen haar tanden, stond ze ineens voor Arend, die als een stuk hout tegen de leuning van zijn stoel sloeg.

Ze wou wat wilds gaan zeggen, maar nu zag ze dat het een bekend gezicht betrof.... den vertegenwoordiger van de Vries. De man stond op, om zijn relatie beleefd te groeten, maar ze het hem niet aan het woord komen. „Eén vraag," zei ze doodsbleek: „reist u nog voor de Vries? Dan is het goed! Maar ik heb den naam van Hulshoff gehoord, wat is daar van aan?"

„Inderdaad, mevrouwtje; Hulshoff Tricotages vertegenwoordig ik en wel sedert . . . ."

„Dan er uit! Monsters inpakken en er uit! Hier voor geen vijf centen goed van Hulshoff in huis! Nu niet en nooit!"

„Maar mevrouw," zegt de reiziger ontdaan, „ik wist niet . . . ."

„Heeft Fritz Hulshoff dan niets gezegd? Of heeft hij u misschien nog wel gestuurd? Brutaliteit!"

„Weineen. Ik dacht: de oude goede relatie, 't aangename zaken doen sedert jaren."

„U kunt denken wat u wilt. En u kunt komen voor wien u wilt, al is 't voor jan plank of pietje puk, en we zullen u te woord staan. Maar voor Hulshoff.... nu voor het laatst: er uit!"

„En wat zegt u daarvan, meneer?" vraagt de man