is toegevoegd aan je favorieten.

Tusschen potten en pannen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK VII

TkTevrouw Fennema was gearriveerd en met haar -*-*-*■ komst waren huis en huisgenooten zichzelven niet meer.

Bijna alles moest weer verzet. Op alles wat zij met zooveel plezier gedaan hadden, had zij critiek. Dit maakte Lot en vooral de onervaren Pleuntje zóó zenuwachtig, dat ze beiden de ééne domheid na de andere begingen.

Pleuntje, die tot nu toe nog geen kopje had laten vallen, brak in de eerste week al drie borden en Lot liet op een middag bij het theeschenken de gloeiende zilveren theepot uit haar handen glippen en brak het glas van de theetafel, terwijl de thee over het mooie wit kanten kleed stroomde. Het huilen stond haar nader dan het lachen. Wat ellendig, maar haar handen stonden gewoon scheef, zoodra Mevrouw in de kamer was en zij voelde, dat al haar bewegingen nagegaan werden.

„Ja, dat dacht ik wel, U bent ook zoo ontzettend onhandig en ruw! Mijn beeldige kleed 1 Natuurlijk absoluut bedorven. Gaat U het dadelijk uitwasschen en dien rommel opruimen 1 U bezorgt mij migraine met Uw onhandigheid.”

Och mensch, vlieg opl dacht Lot buiten de deur.