is toegevoegd aan je favorieten.

De woestijnpiloten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE WOESTIJNPILOTEN

hondje. Lex zag hem verbaasd aan.

„Heb je wat?”

„’t Schijnt zo. Ik heb de koorts. Laten we betalen en opstappen.”

„De koorts?” vroeg Henri de Gramont verbaasd, „nu al?”

„We zijn geprikt,” verduidelijkte Lex de situatie. Hij wenkte den kellner, maar De Gramont weerhield

hem en sprak: ....

„Laat mij daarvoor zorgen en blijf niet treuzelen.

TJw vriend moet onmiddellijk naar bed.

Douglas Magee wenste, dat hij al in zijn bed lag. Het zweet brak hem aan alle kanten uit, toen zij zo vlug mogelijk door de menigte bun weg naar hun verblijf zochten, waar een lange Nubiër, die zich als hun oppasser presenteerde, hen in stramme houding opwachtte.

„Vlug,” zei Lex. „Haal dekens, zoveel mogelijk

dekens.” .

Ook hij werd nu door koude rillingen overvallen.

Klappertandend kropen zij in bed. Ondanks de hitte lagen zij onder vijf dekens nog te bibberen. Toen de oppasser kwam, ditmaal vergezeld door den arts, werd den onvrijwilligen patiënten de thermometer onder de tong geschoven en constateerde dokter Kyriazi: „Een en veertig graden. Morgen thuis blijven.”