is toegevoegd aan je favorieten.

Het graf van den Amonpriester

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dat zie je toch zeker wel? Ik zit vastgeklemd.”

Giovanni gaat een licht op. De politieman heeft in zijn ijver om het naadje van de kous te weten, toch een poging gedaan om het graf te onderzoeken, maar is reeds halverwege in de nauwe opening blijven steken.

Onwillekeurig schiet hij in een lach, want de brigadier spartelt op een allerzonderlingste manier als een geweldige walrus op het droge.

„Duw die steen weg, want ik sterf hier nog van de hitte.”

Die steen wegduwen? Het is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Giovanni ziet geen kans om het rotsblok een centimeter te verplaatsen. En toch moet het al een paar keer van zijn plaats zijn geweest om de kisten met wapens door te laten. Hij zoekt in de omgeving naar een balk of iets anders, dat hij als hefboom zou kunnen gebruiken, maar herinnert zich dan, dat hij een zware ijzeren staaf in de gang naar het graf heeft zien liggen. En daar kan hij niet bij zoolang Dumoulin den doorgang verspert.

Hij tracht den brigadier moed in te spreken en stelt voor, dat hij met Pezzana hulp zal gaan halen.

„Neen, waarachtig niet. Pezzana is mijn gevangene. Die mag hier niet vandaan,” klinkt het uit het hol.

„Wilde u Pezzana dan aan de politie overgeven ?” vraagt Giovanni verschrikt.

„Dat is niet meer noodig. Ik ben de politie.”

Giovanni betrapt zichzelf dan op een gevaarlijke gedachte. Als hij nu Dumoulin in de opening laat liggen en met Pezzana weggaat, zou hij den terdoodveroordeelde een goede kans kunnen geven om te vluchten. Maar hij vreest, dat Pezzana daartoe nog niet in staat zal zijn. Daarom is het beter iets anders te verzinnen. Hij zou bijvoorbeeld kunnen weigeren hulp te verleenen totdat Dumoulin beloofd heeft Pezzana niet te zullen arresteeren.

Het is gemeen, maar aan den anderen kant wil hij Pezzana, dien hij ten slotte toch zelf gered heeft, niet weer aan een Zekeren dood prijsgeven. Vooral niet onder deze omstandigheden, nu de man zijn misdaden oprecht betreurt.

„Mijnheer Dumoulin, u moet eens luisteren. Als u belooft