is toegevoegd aan je favorieten.

Proza, 1837-1845

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stellen kon, wenschte zij naauwelijks meer weder op het land te leven, thans des winters aan een uitgebreid gezellig verkeei, thans des zomers aan telkens verscheidene uitstapjes gewend; en echter kon het eensklaps gewaar worden van een Geldersch huismanswijf, kon het onverwacht vernomen geroep van: „blaauw bes, blaauw bes!" liet der schoone vrouw voor de oogen doen schemeren, of er in die kleeding, in dien kreet, eene tooverkracht school. Weder was zij, — want weder waande zij te wezen, zou eene te flaauwe uitdrukking zijn, — weder was zij dan op het landgoed in de buurt van Elburg, waarop zij als kind had gespeeld, waarop zij als aankomend meisje had gedarteld, waarop zij als „de freule" was gezegend geworden, waarop zij de lente van haar leven besloten had met hare hand en haar hart te geven aan den man harer keuze. Inderdaad, indien eenige hetiuneringen aan den geboortegrond zoet mogen heeten. dan zijn het dezulke! en vrouw Hendriksz, opdat wij tot haar terug keeren, vrouw Hendriksz behoorde tot de lievelingsbeeldjes uit het landschap harer jeugd: wat had de freule op haren hit dikwijls voor de woning des dagloonèrs stilgehoudenwat had zij het vrouwtje in weêrspoed of in winter vaak getroost en geholpen met al die gemeenzaamheid, waarin de P**t s geen bezwaar zien, wetende dat niemand vergeten zal, dat hun naam tot do oudste in onze historie behoort!

De beangste moeder had haar harte uitgestort: helaas! voor de eerste maal scheen het mevrouw Van — aan middelen ter hulpe, aan heelenden balsem te falen! Eefje was ook daar in vele maanden niet geweest; en geen der dienstboden, die beurtelings werden binnengeroepen, herinnerde zich, het meisje te hebben ontmoet of gezien, geen hunner heugde het. dat zij bij afwezigheid hunner meesteresse, vergeefs was gekomen. Stom van smarte, maar niet minder verslagen, al kwam er geene klagte over hare lippen, leunde liet blaauwbessen-