is toegevoegd aan je favorieten.

Proza, 1837-1845

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vergund — Mar ie zag van hem af.... Een briefje van hare hand lag in het aanteekeningenboekje van Graevestein. Ach! dat dit alles Ten Have weder voor den geest moest komen; dat het hem onmannelijk week maakte! Leefde hij dan thans niet rustig, regter als hij geworden was? had zijne moeder hem niet gezegend op haar sterfbed? was zijne zuster niet gelukkig gehuwd ? Weder verdiepte hij zich in de aanteekeningen; hij schudde het hoofd bij eene aanzienlijke uitgave zijns vriends, voor eene badreize van deze en zijne vrouw; hij schudde liet hoofd, oud vrijer als hij geworden was. Ware hij in de plaats van Graevestein geweest, hij had zoo goed als deze voor eene liopelooze lijderes, voor eene beminde gade. dat laatste middel beproefd! Sedert Sophie's dood nam de vast bitter klein gewordene som des kapitaals jaarlijks weder toe, maar langzaam, maar niet beslissend genoeg, om der beide doc-hteren een onafhankelijk vermogen na te laten.

Ten Have had spoediger de verklaring kunnen vinden, waarom zijn vriend zich geene fortuin verworven had, die naam hebben mogt, — als hij begonnen was, waarmede hij eindigde — niet het opmaken der rekeningen van het loopende jaar. Neen. liet was geene overdrijving geweest, als men Graevestein had beschuldigd zich zeiven en de zijnen te kort te doen, uit vrees zijne cliënten te verongelijken, schoon die beschuldiging dan ook uit den mond van lieden kwam, die niet beter waren dan ongeloovigen, al zorgden zij voor hun huisgezin. Een feit ten bewijze. Op pag. 79 van 's mans Grootboek stond een der eerste huizen der hoofdstad, voor Graevestein's bemoeijingen ten behoeve dier firma in zekere zaak, met /' 40 gedebiteerd, terwijl het credit het zonderlinge verschijnsel opleverde, dat deze post met ƒ 150 was voldaan. Ten Have vroeg den procureur, die het huis had bediend, of hij er hem eenige inlichting over geven kon. „Volgaarne," was het antwoord; „de chef