is toegevoegd aan je favorieten.

De comedie der liefde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

L i n d.

Neen ... is er iets dan zendt zij wel een boodschap. Wij praatten gistren tot n;i middernacht;

En hebben wel 't gewichtigste besproken ;

En dan ook, dunkt mij, is het wel het beste Wat spaarzaam om te gaan met je geluk.

Valk.

Je hebt gelijk ; je moet niet te veel nemen Voor alledaagsch gebruik ...

Lind.

Stil, laat mij gaan.

Nu ga ik eens een lekker pijpje rooken;

Dat heb ik in geen drie dagen gedaan.

Mijn bloed was zoo onstuimig in beweging;

Ik was zoo bang dat zij mij weigren zou ...

Valk.

Ja, jij hebt wel een opfrisschingje noodig.

L i n a.

En 't pijpje zal mij smaken, dat is vast. {of naar rechts. Juffr. Ekster en eenige andere dames komen uit de tuinkamer).

Juffr. Ekster (tegen Valk).

Was hij dat die daar ging?

Valk.

Dat was het wild, ja;

Eenige dames.

Zoo weg te loopen!

Anderedames.

Hè, dat 's schande, foei!

Valk.

Hij 's nog wat schuw, maar wordt wel gauw heel tam, Als hij een week lang draagt het uithangbord.

Juffr. Ekster.

Waar zit hij toch?

Valk.

Hij zit nu op den zolder Van 't tuinhuis, waar wij allebei logeeren. (smeekend). Och, u moet hem eens even laten blazen;

Jaag hein niet daar van daan!

Juffr. Ekster.

Nu goed, maar lang mag

De rust niet duren.