is toegevoegd aan je favorieten.

De comedie der liefde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Juffr. Ekster (binnen zonder dat men haar ziet). Kom Anna, ga eens voor den spiegel staan!

Eenige dames (roepen).

Kom ook hier, Lind!

Juffr. Ekster.

Rug tegen rug! Wat dichterbij! De dames op de veranda.

Laat ons eens zien hoeveel hij grooter is.

(Allen loopen de kamer in; lachen en luid gepraat hoort men een poos daarbinnen).

Valk (die gedurende het voorgaande in den tuin heeft rondgcloopen, komt nu naar voren, 'blijft staan en kijkt naar binnen, totdat het leven een beetje bedaard is).

Daar slachten zij der liefde poëzie ...

De slager, die een koe slacht, zoo onhandig

Dat zij onnoodig pijn lijdt in het sterven,

Dien sluit men op, een dag of tien; maar hier ...

Die heele reeks van beulen komt weer vrij. (balt de vuisten).

Ik zou ze kunnen ... stil, geen holle woorden ;

'k Wil hand'len van af heden, heb 'k gezworen.

Lind (komt gejaagd en voorzichtig uit de deur).

Godlof, nu hebben zij het over modes;

Nu kan 'k eens weg. ..

Valk.

Wel, krijg je 't al te warm Daarginder? Goede wenschen hebben wel Als muggen je omzwermd den heelen dag hier.

Lind.

Zij meenen het zoo goed, och, allemaal;

Maar met wat minder kon ik 'took wel doen.

Hun interest is wel wat heel vermoeiend;

Een oogenblikje rust zal mij verkwikken, (wil naar rechts af).

Valk.

W aar ga je heen?

Lind.

In 't tuinhuis had 'k gedacht.

Klop maar als je de deur gesloten vindt.

V a l k.

Maar Anna, wil je die niet bij je hebben ?