is toegevoegd aan je favorieten.

Sprookjes

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hun stokken in de hand en marcheerden verder, terwijl ze zongen:

'k Zag twee vlooien Mutsen plooien,

O, 't was wonder!

't Was een wonder boven wonder!

Dat die vlooien, konden plooien Hi, hi, hi! ha, ha, ha!

'k Stond er bij en keek er na.

Maar toen de studenten een heel eind verder waren, zoodat men hun stemmen niet meer hooren kon en niets anders dan een stofwolk van hen te zien was, — klonk er een hartelijk gelach aan den slootkant.

Dat klonk heel ver over het veld.

De wilde roos lachte zóó, dat ze heel veel van haar blaren verloor.

De boterbloem lachte over haar heele gezicht en de blauwe klokjes schudden zoo van 't lachen dat alle klokjes rinkelden.

De duizende korenbloemen op het veld bogen hun aren van pret en een jonge koekoeksbloem, die nog in den knop stond, moest zoo hard lachen, dat haar kelkblaadjes openbarstten en ze een dag te vroeg ontlook.

„Hoe kunnen de menschen toch zoo dom zijn!"