Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zitting van de Eerste Kamer der S. G. van 2 Febr. 1904, Verh. pag. 308.

Aanhaling C.

Spreker de Heer't Hooft „Het is ook zeer te hopen,

„dat de nadeelen, die de nieuwe rivier voor Gelderland en „Westelijk Noord-Brabant zou kunnen gehad hebben, zijn ondergangen door de thans tot stand gebrachte werken. Maar „daarvoor bestaat geen zekerheid. Integendeel. Er zijn zeer „deskundige personen, die meenen, dat het werk niet zal „voldoen aan de verwachting, die meenen, dat groote nadeelen „te duchten zijn. In ieder geval ook de grootste optimist moet „toegeven, dat, wat de gevolgen betreft, wij met de opening „doen een sprong in het duister."

De minister noemde dit „een zwakken minortoon".

Thans volgt een aanhaling, waarin men werkelijk juichtonen kan ontdekken, jammer slechts, dat de slotwoorden de kracht der eerste vreugdekreten een weinig komen temperen; het betreft de speech van den heer Jhr. van der Does de Willebois, burgemeester van 's Hertogenbosch, uitgesproken in de zitting der Eerste Kamer van 3 Febr. 1904.

Aanhaling D.

„In de eerste plaats constateer ik, dat door de Regeering „op de meest loyale wijze voldaan is aan de termen van de „overeenkomst en alle bedongen waarborgen zijn gegeven om „de belangen van het Westelijk deel der provincie te bescher„men, voor zoover zij konden geschaad worden door de opening „van de nieuwe rivier. Wat overeengekomen was, is uitgevoerd „geheel en al in overleg met en naar genoegen van de belanghebbende streek.

„Wanneer dus dit jaar de Nieuwe Maasmond wordt ge„opend, dan behoeft niet te worden gevreesd, dat er nog „klachten zullen zijn, en mag verwacht worden dat die opening

Sluiten