Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BESCHRIJVING DER HANDSCHRIFTEN.

De eerste 24 brieven zijn uitgegeven naar een handschrift dat zich bevindt in het staatsarchief te Dusseldorp, gemerkt Julich-Berg B n". 24". Het bestaat uit elf bladen zwaar papier met het watermerk voorstellende een ossekop versierd door een stang met een St. Andrieskruis.

Zie de Stoppelaar, Het Papier, b). 51.

Tot omslag is gebruikt een vel perkament waarop aan de binnenzijde is geschreven een acte van 1390, waarbij Willem, hertog van Gelre, bekent schuldig te zijn aan Arnt van Lienen 650 gouden schilden en hem daarvoor in pand geeft het huis Hirnen.

Het handschrift was vroeger in één band gebonden met een handschrift gemerkt B n°. 24 ') en de folieering, die van veel later tijd is dan het handschrift, is ook nadat de twee stukken gescheiden zijn, gebleven. B n®. 24* begint dus met fol. 85 en is tot fol. 92* met dezelfde hand geschreven, op fol. 93 begint een andere hand, die doorloopt tot het einde op fol. 95*.

Het schrift is vrij duidelijk en over het algemeen goed leesbaar. In den tekst komen vele veranderingen en correcties voor, die met een andere hand boven de regels zijn geschreven.

') Uitgegeven bij Gcbrs. van Bredcrode, Haarlem, 1901, door P. N. v. Doominck als: Acten van Gelre en Zutphen, Deel II.

De genoemde acte van 1390 is te vinden in deel I, bladz. 164 en de contra-acte van 23 April 1390 staat geschreven in het Oudste Register fol. 34, overgedrukt Nijhoff III n*. 153.

Sluiten