Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

God ons meer of minder zijn. Het geloof alleen, waarin wij Christus' eigendom zijn, geldt voor God. Want Zijn Koninkrijk bestaat zoomin in spijs en drank, als in de onthouding daarvan, maar in gerechtigheid, vrede en blijdschap door den Heiligen Geest. (Rom. 14 vs. 17.)

De zaak ligt zóó. De door God geschapen mensch, wiens vreugde bestond in den lof zijns Scheppers, is gevallen, en zijn val is groot. Stukgeslagen is dat monument der goedheid Gods. Het laat zich met aller vromen inspanning niet herstellen. Ons cement, dat de stukken van het eens zoo gaaf sieraad zou moeten saamhouden, houdt niet. En God wil Zijn pronkstuk ongeschonden terug hebben. De zonde spot met alle hechtwerk. Is er dan geen middel tot herstel'? Neen; alles is bij ons bedorven; wij zijn des doods en doodarm; wij zijn alles kwijt. Is het door onze armoede zóó hopeloos met ons gelegen? Ja; tenzij wij van nieuws geboren, door den Geest Gods wedergeboren worden! En het fundament dan, waarop dat monument dier nieuwe schepping steunen moet? Dat fundament is Christus. Hij is te Zijner tijd gekomen, is voor de goddeloozen gestorven, als wij nog krachteloos waren. (Rom. ö vs. 0.) Hij heeft in Zich eene nieuwe schepping daargesteld, een nieuw geheel, eene nieuwe Gemeente, gansch volkomen, een volmaakt werk.

Die Gemeente zelf is een schip gelijk, dat God Zich

gebouwd heeft, en toegerust heeft met al het noo-

dige; niet zonder anker. De Gemeente is door Zijn

Woord gebouwd op eeuwige vastigheden. (Ps. 87.)

Wanneer de onderbouw van het schip geen blijven-

den waarborg bezat tegen den golfslag der schui-

-i

Sluiten