Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Twkkdk Dkki. : Van Geloof tot Aanschouwing.

Cap. 20—42.

„Wat nu?" Zoo vraagt uien zich af als inen de eerste negentien capita van het hoek Job heeft doorgewerkt. Van cap. 3—19 was er in Jobs geloofsleven eene heerlijke opklimming. Van den rand der vertwijfeling is hij door Gods Woord en Geest opgevoerd tot onwrikbare geloofszekerheid. Maar wat nu ?

De opklimmende lijn, in cap. 4—19 geteekend, heeft haar hoogtepunt bereikt. Zal Job nu misschien op dit hoogtepunt worden weggenomen uit het aardsche leven en zoo den overgang maken van geloof tot aanschouwing ? Zal hij worden afgelost uit den zwaren strijd des levens (cap. 7 : 1 ; 14 : 14) om ondei' de zalige hoede zijns Gods den dag der opstanding tegen te gaan ?

Neen. God heeft niet hem een' anderen weg. Van de hoogte des geloofs, waarop hij in cap. 19 stond, zal hij niet rechtstreeks worden overgevoerd naar de volmaakte aanschouwing. Maar hij ontvangt eerst de aardsche afschaduwing der heerlijkmaking terug, terwijl de onvergankelijke heerlijkheid hiernamaals alleen wordt aangeduid in het laatste vers des boeks. Deze zichtbare herstelling van Job moet dienen om Satan ten volle te verslaan, terwijl ze een onderpand is der eeuwige heerlijk-

Sluiten