Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat strakke voorhoofd, hetwelk nooit gebogen had, stond heden nog duisterder dan gewoonlijk: en een ontevredenheid, die slecht» een aanleiding -wachtte om uit te bersten, liet zich lezen in het door een dichte wenkbrauw overschaduwd oog. Zwjjgend trad hg nader en bleef over Nioeforus staan, greep naar een zetel, doch scheen zich opeens te bezinnen, en wachtte, aleer hij zitten ging, een nadere uitnoodiging van Niceforus af. Deze boog het hoofa, zonder wijders van houding te veranderen, waarop de Hertog plaats nam, te gelijk een blik op den knaap werpende, als beschouwde hij dien» bijzijn overtollig.

,Gjj kunt onverhinderd spreken," zeide Niceforus: ,Eudoinon verstaat alleen de tirieksche teal."

.Welnu?" vx-oeg Niceforus, nadat beiden eikanderen een wijl zwijgend haddon aangestaard.

„Welnu!" herhaalde Bohemund: „gij weet zoogoed als ik, hoe ie zaken staan. —_ Het ongeduld van Paschalis heeft ons plan verknoeid : en de fraaie maatregelen van den hoogwijzen Kloostervoogd hebben het overige gedaan. Ik zal ten minste tien dagen noodig hebben, eer ik die benden van Nepi en Spoletium met schik weder van hier krijg. En intusschen is de Paus, dio ons tot gijzelaar kon verstrekken, naar Karei vertrokken: en de Hemel weet of de Koning zelf niet eerstdaags als een werpschicht uit de lucht zat vallen."

„Gij ziet alles te donker in," zeide de Patriciër: „en ik herken den onvervaarden Bohemund niet, bij wien gewoonlijk alle hinderpalen slechts nieuwe aansporingen tot moed en volharding zijn. — Waarover beklaagt gij u toch? — De Paus is van hier: des te beter, zeg ik; want nu heeft zijn tegenpartij de handen vrij: en zijn vertrek heeft ook dat van den Abt veroorzaakt; zoodat g\j hier nu alleen meester zjjt."

„De Abt kan elk oogenblik terugkomen," zeide Bohemund: ,hij zal niet verder gaan, dan noodig is om den Paus in veiligheid te brengen: en keert hy, dan zullen de moeilijkheden weder aangroeien; want, al roepende, dat hij geen verstand heeft van krijgszaken, bemoeit hfl zich met alles: ja, het valt lichter een dier bendehoofden een rad voor de oogen te draaien, dan Wirundus te blinddoeken; — althans nu men reeds argwaan heeft, gelijk m\j uit de boodschap van Karei gebleken is."

«Argwaan tegen u?" vroeg Niceforus, terwijl zijn blik voor het eerst eenige bezorgdheid verraadde.

„Niet tegen mij,' antwoordde de Hertog: ,maar mij is de zorg opgedragen van den kleinzoon des Konings van Lombardije op te sporen en gevangen te nemen."

„Welnu!" zeide Niceforus, glimlachende: „gij zult niet aarzelen een zoo gemakkelijke taak te volbrengen."

„En voorts," vervolgde Bohemund, zonder op deze aanmerking acht te slaan: „die benden, die de Keizerin ons had toegezegd: waar blijven zij?"

,Hoe wilt gij, dat zij komen, eer de omwenteling heeft plaats ge-

Sluiten