Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV.

Dien avond met de laatste post ontvangt Maurits 'n brief van Nancy. De pensionhoudster schuift 't couvert door de drempelrichel van de slaapkamer naar binnen. En tè nieuwsgierig om te wachten tot den volgenden morgen, staat Maurits op, steekt 'n kaars aan en gaat dan den brief in bed liggen lezen. Het is 'n kleine, snee-vergulde carte de correspondance. Gretig priemt hij z'n blik naar de spitsige meisjeshand-lettertjes en in z'n ongeduld om al dadelijk te weten, welken indruk z ij n schrijven heeft gemaakt, leest hij 't eerst de woorden, waarmede ze eindigt. Tot z'n genoegen ziet hij dan, dat hij zich volstrekt niet ongerust behoeft te maken ; ze hebben schijnt heelemaal geen argwaan, 't is 'n doodgewoon briefje. „Leive Maurits. Het spijt ons toch zóó, je ongesteld bent en we wenschen je van harte spoedige beterschap toe. Zul je je goed in acht nemen? Wat jammer, nu kunnen we Don-

Sluiten