is toegevoegd aan uw favorieten.

De sluier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die hem noodzaakt, even er mee op te houden. Stumperigbangelijk zit hij, met den pot in z'n hand, op z'n knieën, bij tusschenpoozen z'n kleine boodschap te doen. En als hij na afloop z'n lichaam weer voorzichtig onder de dekens heeft geschurkt, ligt hij 'r over te piekeren, of i maar niet het beste zou doen met dr. Mast te waarschuwen ; zegt diè, dat 't niets te beteekenen heeft, dan is hij gerust; maar 't kan net evengoed 'n complicatie zijn, waar de dokter niet op gerekend heeft en die 'n aparte behandeling vereischt. Hij wil 't in elk geval weten.

Nog 'n uur houdt Maurits 't in bed uit; slapen kan hij niet meer, in de kwelling van z'n ongerustheid. Met 'n dof, duizelig gevoel door z'n hoofd, staat hij om acht uur op. Hij bekijkt zich in den spiegel: fletsig gezicht, bleek en groeven onder z'n oogen. God, was-i maar weer heelemaal in orde, wat 'n vervelend gezanik! Bij 't raam, nog in z'n hemd en veilig verscholen achter de vitrages, inspecteert hij opnieuw de lugubere huid, waar 't bloederig-roode toompje als 'n dikke aar tegenaan ligt te puilen. Lichtvingerig betast hij de zwelling, die nu nog erger lijkt dan 'n uur geleden ; pijn doet 't niet. Maar hij wil 't niet op z'n beloop laten ; dokter Mast moet 't komen zien.

In de zitkamer, nog vóór z'n ontbijt, schrijft hij hem 'n briefje. De juffrouw, die gedacht had. dat meneer veel later zou opstaan, rept zich naar voren om klaar te zetten.