is toegevoegd aan uw favorieten.

De sluier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Zoo is 't nèt, meneer," antwoordt de conducteur, de tram stoppen latend voor 'n nieuwen passagier.

Het telkens stoppen irriteert Johan F, de rit duurt hem veel te lang naar z'n zin. Hij is blij, als-i eindelijk afstappen en z'n eigen regulateur kan zijn. Met haastigen pas, in ietwat gebogen houding, z'n jaspanden fladderen latend in den wind, loopt hij nu regelrecht op de woning van Maurits aan. Maar onderweg wordt hij toch nog weer opgehouden door 'n handelsvriend, die hem overvalt met de vraag : „wat zeg je van Hoffmann ?"

— Zit jij 'r dan ook in ?

— Wis en waarachtig, voor tweehonderd en vijftig gulde.

— Ik voor zevenhonderd.

— Pst! 't is 'n gekke historie; maar zeg, hoe zit 't met Steggerda, ik hoor, dat die d'r ook beroerd voor staat, je mag wel oppasse.

— Zoo ? daar is me nog niets van bekend.... maarre .... je neemt me niet kwalek, ik ben wat gepresseerd, ik kom Maandag eve bij je aan, boiijour, gaat 't thuis goed ?

— Dank je, uitstekend, lekker weer hé ?

— Heerlek ja, salut!

Te deksel! welk nummer woont-i ook weer ? was 't niet zeven en zestig, of.... nee, toch, zeven en zestig, zeven en zestig, ja, ja ; maar dan moet-i oversteken, want nu loopt-i aan de even zij. Daar is drie en zestig al.

Toch, als hij voor de deur van numero zeven en zestig