is toegevoegd aan uw favorieten.

Arthur Schopenhauer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar zelfs van het menschelijk geslacht leven er, hoe machtig de werktuigen, welke zijn verstand en zijn rede hem verschaffen, ook zijn, negen tienden in onafgebroken strijd met het gebrek, bevinden zich steeds aan den rand van hun ondergang, en houden zich met de grootste moeite en inspanning daarboven in evenwicht.

Yan af het bestaan van het geheel, tot dat van den individu zijn dus de voorwaarden (tot het leven) krap en karig toegewezen, en niets daarenboven; daarom verloopt het leven van den individu in een onafgebroken strijd om het bestaan, terwijl het bij iedere schrede door zijn ondergang bedreigd wordt. Juist omdat deze bedreiging zoo dikwijls verwezenlijkt wordt, moet er ten gevolge van den ongeloofelijk grooten overvloed der kiemen, voor gezorgd zijn, dat de ondergang der individuen niet den ondergang der geslachten veroorzake, want aan hun behoud alleen is het der natuur ernstig gelegen. — De wereld is dientengevolge slechter, als zij mogelijkerwijze zijn kan, wanneer haar bestaan nog beginnen moest. Wat te bewijzen was.

De fossielen van geheel andere diersoorten, die onze planeet vroeger bewoonden, leveren ons de proef op de som, het bewijs van werelden, wier voortbestaan niet meer mogelijk was, en die dus nog een weinig slechter waren dan de slechtste onder de mogelijken.

Goed beschouwd, is het optimisme de ongerechtvaardigde zelfverheffing van den wil om te leven, den eigenlijken bewerker der wereld, die zich met welgevallen in zijn eigen werk afspiegelt, daarom is het niet alleen een valsche, maar ook een verderfelijke leer. Want het stelt ons het leven als een begeerenswaardigen toestand voor, met als doel, het geluk van den mensch.

Hiervan uitgaande gelooft iedereen dan rechtmatige aanspraken te kunnen maken op geluk en genot; vallen dezen hem, zooals het veelal geschiedt, niet ten deel, dan stelt hij zich in den waan, dat hem onrecht aangedaan wordt, jazelfs, dat hij het doel van zijn bestaan mist — terwijl het toch veel juister is, arbeid, ontberingen, ellende en lijden, gekroond door den dood, als het eigenlijke doel onzes leven te beschouwen, zooals het Brahmanisme en het Boeddhisme en het echte Christendom dit doen, omdat dezen het zijn, die tot den afstand van den wil tot het leven voeren....

Wilde ik nu ten slotte, om mijn opvatting te staven, de uitspraken van groote geesten uit allerlei tijdperken, in dezen aan