is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lust nu alles te trotseeren. Ginds zag hij flauw den rossen gloed der fakkels, hoorde vage stemmen, die de wind tot hem bracht....

En ineens begon 't wêer in zijn hoofd te woelen en

te kloppen Mie Korst, Mie Korst! en honderd

witte vingers schenen plotseling door de duisternis heen naar hem te wijzen en gezichten, lachende, spottende, grijnzende gezichten schenen óp te doemen uit den nacht, allen gezichten van menschen uit het dorp, en in koor, tergend, hoonend, jouwend, riepen ze zooals ze dien middag hem hadden nageroepen, — met krijschend trompettende, helsch-gier-lachende stemmen door den storm: „Hij loopt naar Mie Korst, Mie Korst! Mie Korst!!...." totdat ze allen wêer langzamerhand in den nacht verdwenen, handen, gezichten en stemmen, en ééne stem alleen nog opklonk, bevend-vragend: is het waar Steven, is het waar??

O God, o God, wat moest hij doen, wat moest hij doen?.... Vertwijfelend bleef hij staan; — zijn pet was lang weggewaaid en zijn haren fladderden in den wind. Toen liep hij wêer voort, altijd maar voort....

Daar struikelde hij over een kuil.... hu-hu wat koud; er was water in....

Het kille vocht was dadelijk door zijn klêeren heengedrongen; hij krabbelde er uit, maar bleef aan den rand toch op zijn knieën liggen. Hij voelde zich vermoeid ineens, een loome onverschilligheid in al zijn leden....

Boem, boem! tóe maar hè wat 'n golven; ze