is toegevoegd aan uw favorieten.

Studies

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IY.

Het aanzienlijkste, althans het minst vervaliene der huizen van Wemel, was de herberg : „De lustige Aanleg." Frisch geschilderd in helle, schetterende kleuren, met een wrakkig zalm-kleurig varandatje waarin drie, vier wrakkige tafeltjes en stoelen, — was dit het „sjieke" logement van 't dorp, waar op marktdagen de rijken onder de boeren hun sjeezen even lieten stilstaan om een slokje te nemen en 's Zondags de enkele wielrijders uit stad wel een oogenblik aanlegden.

Parvenuïg stond „De lustige Aanleg" te midden der krottige verdere huizen van de reeks, die allen er wel hun steun in schenen te vinden.

Joost Brammen, van 't herbergje de eigenaar, was zich zijn meerderheid over de andere dorpelingen dan ook wèl bewust. Poenig kon hij, in zijn stadsche kleeding, onder hen rondstappen en, hoewel hij achter zijn rug door jaloersche tongen werd bevuild, voor doordraaier uitgemaakt en meidengek, - in zijn tegenwoordigheid zagen mannen en vrouwen hem naar de oogen, vol bewonderenden eerbied. - hem, Joost Brammen

Op een morgen dat grootvader in zijn tuintje scharrelde, kwam Bertha met wat waschgoed in een mandje buiten, om dat in de vaart te gaan uitspoelen. — 't Was goed weêr; een fletse zon brak door de grauw-rafelige