is toegevoegd aan uw favorieten.

Groote leeraren der Oudheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

éénzelfde waarheid, ontleed op hun doortocht door de verschillende trappen van verstandelijkheid en zich aanpassend aan verschillende maatschappelijke toestanden. Hij bezat den sleutel, d.w.z. de samenvatting van al deze leerstelsels in de esoterische kennis. Zijn blik die zich over verleden en toekomst uitstrekte, moest wel met buitengewone helderheid het heden kunnen beoordeelen. Zijn inzicht toonde hem de menschheid, bedreigd door de grootste rampen, door de onwetendheid der priesters, het materialisme der geleerden en de tuchteloosheid der volksregeeringen. Te midden van die algemeene verslapping zag hij het Aziatisch despotisme groeien, spoedig zou uit die donkere wolken een geweldige cycloon over het weerlooze Europa losbarsten.

Het werd dus voor hem tijd naar Griekenland terug te keeren, zijn zending te vervullen en een aanvang te maken met zijn werk.

Gedurende twaalf jaren had Pythagoras in Babyion verblijf moeten houden. Om te vertrekken had hij een machtiging van den Perzischen koning noodig. Een landgenoot, Democedes, lijfarts van den vorst, was zijn voorspraak en slaagde erin de vrijheid van den wijsgeer te verkrijgen. Ka een afwezigheid van vier en dertig jaren keerde Pythagoras naar Samos terug. Hij vond zijn vaderland gebukt onder de dwingelandij van een satraap van den machtigen koning. Scholen en tempels waren gesloten; dichters en geleerden waren als een troep zwaluwen gevlucht voor de Perzische absolute macht. Hij had tenminste de troost