Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wij Nederlanders," zoo vervolgt de heer Scharten, „zijn een ellendig volk, ondergegaan in ziekelijken wellust voor wat van vreemde landen is," en hij prijst de Hollandsche stadjes met hunne overbuigende grachtjes waar eene laag gebogen brug zich overwelvend in weerkaatst, het landschap met de knotwilgjes, de stille hoeve en het bruggetje wit in de maan als witte bloem aan den Hollandschen hemel.

Zeer zeker, dat is alles heel mooi, wanneer men er meè tevreden is en men leert er tevreden meê zijn gedwongen en uit gewoonte. Doch uit instinkt wordt de natuur van den mensch gedreven naar de bergstreken, naar de rotsen en wildstroomende wateren. Dit schijnt de bevrediging te zijn die de menschelijke natuur verlangt en haar wordt geweld aangedaan wanneer zij zich moet ontplooien in de vlakke landen aan zee, vooral wanneer deze streken niet boschrijk zijn. De beste, krachtigste, sappigste menschen-naturen komen voort uit de bergstreken waar het water (en dit schijnt een der hoofdfactoren te zijn) de gezondheid en sterkte bevordert. Ook dit moet niet overdreven worden, want de zoogenoemde crétins komen voor in de enge dalen, waar de zon niet doordringt en de vocht tot schimmel zich ophoopt. Italië heeft tot nog toe de grootste mannen en de meest compleete naturen voortgebracht en het is dus geen verkeerd instinct dat de mensch tot dergelijke streken drijft. Aan dat instinkt in zijne zuivere openbaring hebben de volksverhuizingen gehoorzaamd. Wij zijn misschien wel nu allemaal graag

Sluiten