Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar de Menschheid is nog veel méér dan alle menschen bij elkaar, zooals de boom meer is dan alle bladeren. En de Menschheid wordt toch door Elsje waargenomen in haar eigen gemoed, de heele Menschheid. Dat is dus veel meer nog dan de professoren er van waarnemen kunnen, en waarom zou dat niet een persoonlijk, denkend, liefhebbend wezen zijn ? Dat is het, denk ik, wat Elsje bedoelt als ze van haar verheven Jezus spreekt, en dat is wat ik liever Christus noem, omdat mij die naam 't beste bevalt".

— «Ik ben zoo'n dom, onwetend schepsel, en jij bent zoo geleerd. Vergeef me als ik 't nog wat te moeilijk vind.»

— «Natuurlijk, lieve Elsje, vind je 't moeilijk omdat je niet weet wat de professoren omtrent de mensch en het menschenras hebben waargenomen. Maar heusch, de professoren zullen 't even moeielijk vinden, en onbegrijpelijk wat ik zei, omdat ze niet weten — ten minste de meesten niet — wat Elsje van Christus heeft waargenomen. Ze zullen alleen niet zoo bescheiden zijn als jij, ze zullen niet erkennen dat het door hun domheid is. En ik ben geen professor en geen Elsje, maar ik sta -zoowat tusschen beiden en weet van hun beider waarneming iets, en ik weet heel stellig en zie heel duidelijk, boe ze beiden hetzelfde bedoelen, en elkanders kennis noodig hebben».

Sluiten