is toegevoegd aan uw favorieten.

Kommentaar op den Brief aan de Romeinen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Römerbriefs, 1881) en Beek (Commentar ed. Lindenmeyer, 1884) zijn het in hoofdzaak met onze voorstelling eens.

Het zal wel onnoodig zijn hieraan toe te voegen, dat Paulus op vruchten van zijn onderricht rekenen mocht, b.v. dat de gemeente nu meer bestand zou zijn tegen de aanvallen van joodschgezinde ijveraars, dat warme sympathie voor zijn werk in het Westen zou worden opgewekt, enz. Maar dit mag toch niet met het eigenlijke doel van den brief worden gelijkgesteld.

De roeping van Paulus was, het koninkrijk Gods uit de windselen van het Jodendom los te maken •) en het in zijn geestelijken aard den Heidenen voor te stellen. Deze roeping heeft hij op het gebied van de praktijk vervuld door zijne zendingsreizen, en op het terrein der gedachte door zijne brieven, in het bijzonder door zijn brief aan de Romeinen.

II. De echtheid en ongeschondenheid van den brief.

De schrijver van den brief noemt zichzelven Paulus, den apostel der Heidenen (1:1—7 ; 11: 13; 15 : 15—20).

Het getuigenis der kerk komt hiermede overeen.

Waarschijnlijk zijn er reeds sporen van den brief bij Clemens Romanus (Kor. 35, 5; 38, 2; 40, 7), bij Ignatius en Polycarpus, bij Justinus Martyr (Dial. c. Tryph. 23; 27), in den brief van Lyon en Vienne (Euseb. 5, 1), bij Athenagoras en Theophilus. De canon van Muratori noemt hem onder de erkende boeken van het N. T. Irenaeus (AdvHaeres. III, 16, 3) vermeldt het eerst Paulus als den schrijver. Clemens Alexandrinus, Tertullianus, Origenes, Eusebius behandelen den brief als een omnium consensu apostolisch geschrift, terwijl ten slotte bij het getuigenis der kerkvaders nog dat der ketters komt (Basilides, Valentinus enz. en in 't bijzonder Marcion).

1) In het Theol. Literaturblatt (1893, 292) wordt tegen deze uitdrukking van Godet bezwaar gemaakt, omdat daarmede de eer van Christus wordt aangerand. Maar met een weinig goeden wil kan men ze tooli ook anders verstaan.