is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding tot de wijsbegeerte

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

achtige en onbegrijpelijke in den loop der verschijnselen prikkelde eensdeels den menschelijken geest tot het zoeken eener verstandelijke verklaring door middel van de philosophie; maar anderdeels ook werkte het op het gemoedsleven in den vorm van vrees en van afhankelijkheidsgevoel, en wekte daarmede godsdienstige gevoelens, die in staat waren zijn behoefte aan troost, aan illusies, aan ethische idealen te bevredigen. Terwijl de wijsbegeerte kritisch en intellectualistisch is van aard, is bij den godsdienst het gevoel niet slechts de prikkel of stimulans, maar ook het criterium of de maatstaf, en worden eerst secundair verstandelijke redeneeringen tot steun daaraan toegevoegd. Godsdienst en wetenschap vullen elkander aan: de eerste zoekt een antwoord op vragen, die de laatste nimmer zou kunnen of willen oplossen; want terwijl de laatste haar uitgangspunt neemt in de zinnelijk waarneembare empirische wereld, houdt de eerste zich bezig met het bovenzinnelijke.

Nevens het verschil in doel en streven treedt een onderscheid in methode. De wijsbegeerte kent geen gelooven op gezag: elk denkbeeld, door wien ook uitgesproken, wordt eerst door eigen nadenken als waar erkend; een beroep op deze of gene grootheid kan hier nimmer volstaan, te minder omdat steeds een andere grootheid ware aan te voeren, die een ander oordeel was toegedaan. Het eenige wat voor den wijsgeer overtuigingskracht bezit, zijn de argumenten zelve: deze moeten voor zichzelf spreken en kunnen