Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorzoover het bestaan daarvan mogelijk wordt geacht — benevens de vorderingen tot levering van onroerende zaken, behooren, als zij voor de Successiewet in aanmerking komen, aangegeven te worden als de sub i der baten aangegeven bestanddeelen van het vermogen.

(j) „geschat

De wet bepaalt niet op welke wijze de schatting geschieden moet. De aangevers zijn daarin dus volkomen vrij. Willen zij van de voorlichting van deskundigen gebruik maken, dan kunnen zij dat doen. Neemt de ontvanger met de aangegeven waarde geen genoegen, dan kan deze, wanneer het hier te lande gelegen onroerende zaken, hypothecaire vorderingen, schepen, of niet op de prijscourant voorkomende effecten betreft, de gerechtelijke waardeering daarvan vorderen op den voet als bij art. 38 der Successiewet voorgeschreven. Alleen door het in art. 40 dier wet aangegeven middel kunnen de aangevers zich vrijwaren voor een eventueele vervolging wegens te lage schatting.

De waarde van alle binnen het Rijk gelegen of gevestigde onroerende zaken kan, met uitzondering van de grondrenten en dergelijke praestatiën, in eene som worden aangegeven, tenzij afzonderlijke aangifte voor de berekening van het recht noodig mocht zijn.

(k) „verkoopwaarde".

Onder verkoopwaarde valt te verstaan de prijs, dien men ten dage van het overlijden van erflater, onder normale omstandigheden, in publieke veiling heeft kunnen bedingen; dus niet de opbrengst van eene verkooping eenigen tijd vóór of na den dood gehouden. Deze laatste zal wel ongeveer de waarde kunnen doen kennen, maar bij de vaststelling daarvan zal men toch behooren te letten op de omstandigheden, waardoor de nagelaten goederen sedert het overlijden in waarde kunnen zijn gerezen of gedaald.

Sluiten