Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wil van partijen op het verkrijgen van den eigendom dooiden bouwer was gericht, zoodat, wanneer van die bedoeling niet blijkt, de grondeigenaar als de eigenaar van het gebouwde moet worden beschouwd.

Voor de bepaling der verkoopwaarde blijven buiten aanmerking de persoonlijke verplichtingen, die de overledene met betrekking tot de aan te geven zaak op zich nam, zelfs, dan, wanneer hij zich daartoe als eigenaar der zaak had verbonden, aangezien zoodanige verplichtingen niet op den kooper overgaan en deze derhalve geen invloed op de verkoopwaarde hebben. (P.W. 5229.)

Als een persoonlijke verplichting werd door het Bestuur der registratie, in P.W. 6940, beschouwd, de vergoeding die de grondeigenaar, ingevolge de artt. 658—660 B.W. aan den bouwer verschuldigd is, aangezien het vast goed in onbeperkten eigendom aan erflater toebehoorde, en eischte het op dien grond aangifte der waarde van den onbeperkten eigendom der nagelaten zaak, waartegenover kon worden toegelaten in het passief de vordering van den bouwer.

De zaak moet worden geschat met hetgeen daartoe behoort, dus b.v. met inbegrip van het op den sterfdag daarop staand gewas, tenzij dat aan een vruchtgebruiker of huurder mocht toebehooren. (P.W. 4822.)

Dat de waarde van een onverdeeld aandeel niet gelijk is aan dat aandeel in de waarde der geheele zaak, werd terecht beslist door de A.R. te Winschoten bij vonnis van den 24sten December 1873. (P.W. 6441.)

(1) „bezwaard".

Voor de berekening der waarde van met vruchtgebruik bezwaarden eigendom, doet het niet ter zake of het vruchtgebruik bij testament dan wel op andere wijze is ingesteld.

Sluiten