Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan dien zij bewandelden — heeft in nog veel later tijd groote bekoring van zich doen uitgaan, ja bij menigeen de voorstelling gewekt van eene transcendentale geheimleer, die het antwoord gaf op het wereldraadsel, maar die der hongerende menschheid onthouden werd door de gelukkige bezitters er van, de brahmanen. Was niet Voltaire de echo van de openbare meening van zijn tijd, als hij in zijn JHctionnuire philosophique schrijft: „N'est-il pas vraisemblable que les brachmanes sont los premiers législateurs do la terre, les premiers philosophes, les premiers théologuesV '

Het is er intusschen verre van af dat men het recht zou hebben den term brahmaan met dien van bespiegelaar en asceet te vereenzelvigen. Uit de berichten der ouden zou men allicht daartoe geneigd zijn. De waarheid is dat slechts een klein gedeelte van dio klasse van menschen zich aan wat men noemt geleerde studie wijden. Toch mag men de brahmanen als geheel noemen den geleerden, of wil men, den geletterden stand onder de Hindoes. Het gaat er mede als met het woord jurist bij ons. ij geven dien naam aan den rechtsgeleerde in den Avaren zin des woords, maar toch ook evenzeer aan een ieder, die in de rechten studeert of gestudeerd heeft. De brahmanen hebben zoowat allen altans eenig onderwijs in Weda-kennis genoten; slechts de minderheid onder hen zijn geleerden van professie, en ook dezen zijn niet allen beoefenaars van eigenlijke AVeda-geleerdheid, theologen, crotr/yas, want ook de letterkundigen, de artsen, astronomen, juristen komen uit hunne gelederen, lot hen behooren mede van ouds de ambtenaren van bestuur en rechtspraak. Het eigenaardige, dat hun aankleeft, ligt hierin, dat men slechts door geboorte tot den bralunanenstand behoort en dat geleerde studie buiten dien stand rechtens zoo

Sluiten