Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat de eerbied voor den brahmaan onafhankelijk is van zijn beroep, is bekend. Laat ik, om dit goed te doen uitkomen, eene plaats aanhalen uit het werk van Senaht, Les custes de linde12): „Parcourons la liste des bral) ma nes qu'elle |d. i. la théorie du dharma| répute indignes d'ètre (•onvies aux repas t'unèbres: voleurs, bouchers, serviteurs a gages, chanteurs, entrepreneurs de tripóts, a cöté d'autres professions moins fócheuses, figurent sur la liste comme des espèces fort communes. II est visible que, dès lors, la variété du gagne-pain était parmi les brahnianes aussi iufinie qu'elle peut l'ètre de nos jours. Et Manou fait acte de prudence en declarant qu'un brahmane doit toujours ètre considéré comme une grande divinité, quel que soit le métier nuquel il sudonne

De theorie van den dharma staat, inderdaad, lagere beroepen toe, maar slechts in geval van nood. In de praktijk, evenwel, zal dit geval nog al Avel eens intreden. De echte, eigenlijke werkzaamheid van den brahmaan bestaat in officiëeren bij een offer en in onderwijs geven in den Weda. Die twee functies, alsmede de bevoegdheid om giften aan te nemen zijn hem eigen, zij komen geen der overige arvas toe; daarentegen liet offeren voor zich zeiven, de eigen studie van den Weda en de verplichting om van het zijne aan waardigen weg te schenken, deelt hij met den ksatriya en den waieya. Aan alle drie de hoogere standen is dus de AVedastudie tot plicht gemaakt. Hen tot die studie in te leiden vermag alleen een brahmaan. Naar oude herkomst werd de acht-jarige knaap uit den stand der brah-

12) Blz. 116 van het aangehaalde werk (Ernest Leroux éditcur, 1896).

Sluiten