Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verschil, wij houden slechts staande de gemeenschappelijke natuur van deze verschillende dingen. De lezer zal mij nu ten minste in het vervolg niet verkeerd begrijpen, wanneer ik het denkvermogen een materieel vermogen, een zinnelijk verschijnsel noem.

Ieder zinnelijk verschijnsel heeft een voorwerp noodig, waaraan het zich uit. Opdat de warmte zij, werkelijk zij, moet er een voorwerp, moet er iets anders zijn, dat zich verwarmen laat. Het bedrijvende kan niet zijn zonder het lijdende. Het zichtbare kan niet zichtbaar zonder het gezicht en wederom het gezicht niet gezicht zijn zonder het zichtbare. Ook het denkvermogen verschijnt, maar, als— aHë dingen, nooit aan en op zichzelf, maar altijd in v<;rbinding_met andere zinneliïET~virsclTïïnsëIëm De gedachte verschijnt, als ieder -«férkelijk verschijnsel^aan en met een objekt. De hersenfunktie is niet meer en niet minder „reine" werkzaamheid, dan de funktie van het oog, dan de geur van mijn bloem, of de warmte van den kachel, of de verschijning van de tafel. Dat de tafel zich zien, hooren en voelen laat, dat zij -werkelijk of werkend is, ligt even zooveel of even zoo weinig aan haar eigen werkzaamheid als aan de werkzaamheid van een ander, iq relatie, mei wien rij werkt

Maar iedere andere werkzaamheid beperkt zich tot een aparte kategorie van voorwerpen. Der funktie van het oog dient slechts het zichtbare, der hand het tastbare, de gang vindt in de ruimte, die hij doorgaat, een objekt. Intusschen is voor__het_ denken alles voorwerp. Alles is kenbaar. Het denken is met beperkt tot een—bijzonder soort van voorwerpen. Ieder verschjjnsel „kan, voorwerp en dus ook inhoud der gedachte zijn. Ja, alles, wat wij 7n het algemeen gewaar worden, worden wij slechts daardoor gewaar, dat het tot materiaal van onze hersenwerkzaamheid wordt. Voorwerp enjnhoud van JieLdet&eiiJS alles. Het denkvermogen strèkTziÉTTuit algemeen tot_ aUe voorwerpen.,

' wij zeiden straks, alles is kenbaar, en zeggen nu, slechts keTEinSareTaatTzTch kennen, slechts het weetbare kan voorwerp der wetenschap; slechts het denkbare voorwerp van het denkvermogen ~zijn> Ui zoover Ts ookTïet denkvermogen beperkt, als het: het lezen, hooren, voelen en alle andere ontelbare werkzaamheden der zinnelijke wereld niet vervangen kan. Wij kennen wel alle objekten, maar geen objekt laat zich totaliter kennen, weten of begrijpen. D. w. z. de— objekten gaan niet in de kennis op. Tot het zien is er iets noodig, dat gezien wordt,' iets dus, dat nog meer is, dan wij zien, tot het hooren iets dat gehoord wordt, tot het denken een voorwerp, dat gedacht wordt; dus weder een iets, dat ook nog buiten ome gedachten, buiten ons bewustzijn iets is. Hoe wij tot de wetenschap komen, _

Sluiten