is toegevoegd aan uw favorieten.

Het wezen van den menschelijken hoofdarbeid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het verstand kan de handelwijzen van den mensch niet van te voren bepalen, omdat het de werkelijkheid slechts ervaren, niet anticipeeren kan, omdat ieder mensch, iedere situatie nieuw, oorspronkelijk, origineel, er nog nooit geweest is, omdat de mogelijkheid van het ver stand tot het oordeel a posteriori is beperkt.

Het recht in het algemeen of het recht op zich zelf is een recht in's blaue hinein, is een spekulatieve wensch. Het wetenschappelijk algemeene recht heeft noodig gegeven, zinnelijke vooronderstellingen, op grond waarvan de bepaling van het algemeene plaats heeft. De wetenschap is geen dogmatische zekerheid, die zou kunnen zeggen, dit of dat is rechtvaardig; omdat het als rechtvaardig erkend wordt. De wetenschap heeft voor haar kennis een uiterlijken grond noodig. Zij kan het rechtvaardige slechts kennen in zoover het rechtvaardig is. Zijn is materiaal, vooronderstelling, voorwaarde, grond dei-

wetenschap. .

Uit het gezegde volgt de eisch, om de moraal, in plaats van

spekulatief of filosofisch, induktief of wetenschappelijk te onderzoeken. Wij mogen geen absoluut maar slechts relatief algemeene rechten begeeren te kennen, steeds slechts rechten van vooruitbepaalde vooronderstellingen als moreele taak van het verstand bestemmen. Zoo lost zich het geloof aan een zedelijke wereldorde in het bewustzijn van de menschelijke vrijheid op. De kennis van het verstand, van het weten of van de wetenschap sluit de kennis in van de beperkte rechtsgeldigheid van alle ethische stellingen.

Wat op de menschen den indruk van het heilvolle, waardevolle, goddelijke maakte, stelde hij in den tabernakel des geloofs als het hooo-ste goed ten toon. De Egyptenaar de kat, en de christen de vaderlijke voorzienigheid. Zoo, nadat zijn behoefte hem in het begin tot orde en tucht leidde, bezielde de weldaad der wet hem tot zoo n hooge meening van haar adellijke afkomst, dat hij het eigen maakwerkals o-oddelijk geschenk aannam. De uitvinding van de muizenval o andere weldadige nieuwigheden verdrongen de kat van haar verheven plaats. Daar waar de mensch zijn eigen baas wordt, zich zelf tot toevlucht en bescherming, waar hij zelf vooruit ziet, wordt iedere andere voorzienigheid onnoodig, met zijn mondigheid een hoogere voogdijschap lastig. De mensch is een naijverig mensch 1 Meedoogenloos onderschikt hij alles aan zijn belangen: God en gebod. Moge een bepaling door haar trouwe diensten zich ook nog zoon oude of gewichtige autoriteit verworven hebben, nieuwe, tegenstrijdige behoef'ten degradeeren de goddelijke instruktie tot menschelijke -"stelling, het oude recht tot versch onrecht. De bangmaking door afschrikkende straf: oog om oog, tand om tand, die de Hebreeër als den schutspatroon