is toegevoegd aan uw favorieten.

De grondslagen der artsenijbereidkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

j. V. Chr.), huldigde de opvatting, dat geneesmiddelen zelf genezing aanbrengen. Dit heeft, waar de gelegenheid bestond, de toename van het aantal geneesmiddelen in liooge mate bevorderd. De meest pharmaceutisehe der Alexandrijnsche geleerden is wel mantias (270 j. v. Chr.), een leerling van hieropiiylos geweest; volgens de mededeeling van latere schrijvers (galejïus, Do compositione medicamentorum, 2) schreef hy een soort van geneesmiddelvoorschriftenboek, een pharmacopee. Baanbrekend werk werd echter door de Alexandrijnsche geleeiden niet verricht; zij waren meer aanvullers en bewerkers van het bestaande.

Do geneesmiddelkennis uit het begin onzer jaartelling wordt het best bestudeerd aan de hand van hot werk over geneesmiddelleer van pedacius of pedanios dioskukides. In de beschrijving der ongeveer 500 plantaardige, 50 dierlijke en 90 minerale bestanddeelen is van een grondleggende theorie zeer weinig te merken, ken enkele maal vindt men een aanwijzing op hippokrates' qualiteitenleer. De eenvoud en de helderheid van dioskukides' werk doen aangenaam aan tegenover wat we spoedig na hem in de werken over geneesmiddelleer terugvinden.

Met het optreden van galenus, werd het geheel anders. Hij werd de stichter van een fantastisch speculatieve geneesmiddelleer, die hoogstwaarschijnlijk niet in zijn bedoeling lag. Hij zelf, man van ervaring bij uitnemendheid, hechtte het meest aan goede waarneming. Bij de behandeling zijner zieken ontging hem niets. Hij beroemde er zich op, dat hy, door te zien, wat anderen ontging, zich als met een nimbus van bovennatuurlijk weten omgaf. Hij zelf verhaalt, hoe hij met glaucon een zieken collega bezoekt. De dienstbode draagt de „sella per-